Sophie schrijft: De stad van de toekomst

Sophie de Maat is stagiaire bij Europe Direct Noord-Holland Noord en bijzonder geïnteresseerd in het milieu en duurzaamheid. De komende periode publiceert zij een reeks blogs waarin het thema duurzaamheid centraal staat. Zij belicht daarbij uiteenlopende onderwerpen, van de Duurzame Stad tot de Europese Unie en haar duurzame maatregelen. Ben je geïnteresseerd in duurzaamheid of wil je meer leren over duurzaamheid houdt deze reeks artikelen dan in de gaten!

In de toekomst zal de wereldbevolking oplopen naar 9 miljard, en volgens de Verenigde Naties zal maar liefst 70 procent daarvan in steden wonen. Er is een groot verschil tussen de stad en het platteland. Wonen op het platteland betekent vaak meer ruimte, veel groen en een schonere lucht. Maar hoe kan de stad ook aangenamer, schoner en groener worden gemaakt, zodat het leefbaar blijft voor iedereen? Er is behoefte aan het verduurzamen van steden.

Er zijn verschillende vlakken waarop de stad kan verduurzamen. Met betrekking tot de voedselconsumptie zal in duurzame steden efficiënt gebruik worden gemaakt van de beschikbare  ruimte. Voedsel zal in gebouwen of op daken verbouwd worden, ook wel urban farming’’ of ‘vertical farming’ genoemd. En bijkomstigheid is het feit dat er op deze manier ook geen transport naar de stad meer nodig is. Daarnaast zal voedselverspilling zoveel mogelijk worden vermeden, bijvoorbeeld door middel van restaurants die koken met restvoedsel. Andere voorbeelden zijn recycling en het creëren van een circulaire economie, waarbij niet wordt weggegooid maar juist wordt hergebruikt. Hiernaast kan ook worden gedacht aan veel groen, energie van hernieuwbare bronnen, regionalisering en duurzaam vervoer zoals fietsen en elektrische auto’s.

Dit zijn enkele voorbeelden van hoe een duurzame stad er in de toekomst uit zal kunnen zien. Maar er zijn nu zelfs ideeën voor drijvende steden. Blue Frontiers is zo’n bedrijf dat duurzame drijvende steden ontwikkelt. Joe Quirck, medeoprichter van Blue frontiers, gelooft dat deze drijvende steden een hulpmiddel kunnen zijn bij het redden van het milieu. Een stijgende zeespiegel is één van de gevolgen van de opwarming van de aarde. Een drijvende stad zou de perfecte oplossing zijn aangezien het overstromingsgevaar op deze manier wordt weggenomen. Bovendien kunnen klimaatvluchtelingen opgevangen worden in zulke steden. En daarnaast redden de drijvende steden de  koraalriffen die door klimaatverandering en de opwarming van de aarde aan het verdwijnen zijn. Het koraal kan nog herstellen als de temperatuur van de zee daalt. Blue frontiers heeft speciale platforms ontwikkeld die schaduwen creëren in het water, zodat de temperatuur kan dalen. In 2020 wordt de eerste drijvende stad gebouwd.

Sophie de Maat

Bronnen:

 

Sophie schrijft: De impact van ‘fast fashion’

Sophie de Maat is stagiaire bij Europe Direct Noord-Holland Noord en bijzonder geïnteresseerd in het milieu en duurzaamheid. De komende periode publiceert zij een reeks blogs waarin het thema duurzaamheid centraal staat. Zij belicht daarbij uiteenlopende onderwerpen, van de Duurzame Stad tot de Europese Unie en haar duurzame maatregelen. Ben je geïnteresseerd in duurzaamheid of wil je meer leren over duurzaamheid houdt deze reeks artikelen dan in de gaten!

Wij, de westerse samenleving, kopen ontzettend vaak kleding, het liefst zo veel en zo goedkoop mogelijk. Wist je dat het aanbod daarop wordt aangepast?. Veel winkelketens hebben nu in plaats van één collectie per seizoen, elke week of soms zelf elke dag nieuwe kleding in de winkel hangen, zeker online winkels. Ons koopgedrag is een grote oorzaak van de commercialisering van de mode-industrie.

Voorheen was er nauwelijks bericht over de impact van de  ‘fast fashion’ industrie. Maar dat veranderde in april 2013, toen de grote kledingfabriek Rana Plaza in Bangladesh instortte. Meer dan duizend kledingarbeiders kwamen om het leven. En voor het eerst kwamen de slechte omstandigheden aan het licht.

De sociale impact van de kledingindustrie is groot. 45 Miljoen mensen werken wereldwijd in de kledingindustrie en zeven procent daarvan zijn kinderen. De arbeider is de dupe van goedkope kleding. Het bedrijf pakt de winst, terwijl de arbeider maar 0,6 procent van de volledige opbrengst krijgt. Met de goedkope kleding van nu gaat het uiteindelijk om een paar cent per kledingstuk. Arbeiders kunnen niet voor zichzelf opkomen, in de meeste gevallen kunnen ze geen andere baan krijgen. In opstand komen heeft geen zin voor de arbeiders, er zijn namelijk genoeg mensen om hun plek in te nemen. Bovendien is er geen sprake van een vakbond waarin de arbeiders zich kunnen verenigen.

Naast de sociale impact is er ook nog de impact van de kledingindustrie op het milieu. Om stoffen als katoen en polyester te verbouwen is er veel water, land en bestrijdingsmiddelen nodig. Voor het maken van een spijkerbroek is er bijvoorbeeld 9982 liter water nodig. Dit water wordt verbruikt in het gehele proces, van het groeien van katoen, tot verven, afwerking en transport. Daarnaast komen er in het wassen van deze stoffen microvezels vrij, die in onze zeeën en oceanen eindigen, en bijdragen aan de formatie van de plastic soep. Dit heeft ook impact op onze eigen gezondheid, wij krijgen die microvezels weer binnen door water en voedsel.

Kleding wordt kort gedragen en snel weer weggedaan. Elk jaar wordt er 35 miljard kilo kleding geproduceerd, waarvan 40% wordt weggegooid. Veel kleding wordt teruggestuurd naar derdewereldlanden waar het op grote hopen verdwijnt. De verf en chemicaliën gebruikt in de kleding vervuilen het drinkwater, en in sommige gevallen leidt het zelfs tot verstandelijke of lichamelijke beperkingen.

Duurzaamheid gaat dus niet alleen over energiebesparing en zuinig autorijden. Het behelst veel meer, waaronder de hippe shirtjes en broeken waarmee wij ons kleden. Het kan geen kwaad om daar eens over na te denken…

Sophie de Maat

Bron: http://www.spatonline.nl/2016/11/fast-fashion-de-echte-waarde-van-kleding/