Estland: onderwijsland van de toekomst? – 4

Van 19 tot en met 22 september 2017 bezocht een delegatie schoolleiders uit het PO, VO en MBO met het NSO/CNA Estland. Docent Wilko Gruizinga, teamleider en docent geschiedenis aan CSG Jan Arentsz in Alkmaar, maakte een essay over zijn ervaringen. Europe Direct zal zijn verhaal in vier delen publiceren. Dit is deel 4, waarin de toekomst wordt belicht.  

Mogelijke uitdagingen in de toekomst
Het lijkt dat de regering in Estland met een duidelijke visie en een meer centrale aanpak de goede weg is ingeslagen en goed onderwijs voor de toekomst gegarandeerd is. Toch kent het onderwijs in Estland enkele uitdagingen die zij het hoofd zal moeten gaan bieden. De eerste uitdaging is het samengaan van krimp en vernieuwing. Estland heeft een krimpende bevolking, wat een dalend aantal leerlingen betekent. Dit heeft weer tot gevolg dat jonge docenten – met veelal nieuwe ideeën en digitaal vaardig – de komende jaren niet genoeg de mogelijkheid zullen krijgen werk te vinden in het onderwijs. De krimpende bevolking zorgt er verder voor dat het ruime keuzeaanbod dat scholen overal in Estland willen leveren beperkt zal worden. Minder leerlingen zorgt voor minder inkomsten en dus minder keuzemogelijkheden. In verschillende dunbevolkte delen van het land heeft de staat het onderwijs van de lokale overheden al overgenomen om goed onderwijs voor de leerlingen te kunnen garanderen.

Een andere uitdaging voor het Ests onderwijs is dat een groeiend deel van de leerlingen na het basisonderwijs kiest voor een vervolg op het VO en steeds minder leerlingen kiezen voor het beroepsonderwijs. Volgens de OESO is investering in hoger onderwijs nog steeds een uitstekende investering, omdat hoger opgeleiden doorgaans betere banen, hogere belasting en premies betalen en minder vaak werkloos zijn (Eidhof, Houtte & Vermeulen, 2016). Belangrijk voor de economische opbloei van Estland na de val van het communisme waren echter de hoog opgeleide geschoolde vakmensen. Gaat Estland in de toekomst een tekort krijgen aan geschoolde vakmensen, met als gevolg dat investeringen uit het westen zullen stagneren? Of zal dit meevallen en weet Estland met haar vooruitstrevende visie dit negatieve tij tijdig te keren en voldoende werkgelegenheid te creëren in de dienstensector en met baanbrekende start-ups? De tijd zal het leren.

De grootste uitdaging van het onderwijs lijkt me gelegen in de rigide scheiding tussen het Russisch en het Ests onderwijs. Onderwijs is bij uitstek het middel om meer gelijkheid en de sociale cohesie te bevorderen. Overal in het land zie je de Estse vlag terug, zelfs op de Russisch orthodoxe kerk in Tallinn. De vraag lijkt echter gerechtvaardigd waar de loyaliteit van het Russische deel van de Estse bevolking ligt – zeker gelet op de onderhuidse spanningen bij het verplaatsen van het standbeeld van de Russische soldaat. Dat binnen het reguliere Ests onderwijs het Engels een steeds prominentere plek inneemt ten koste van het Russisch is gezien het zwaartepunt van de economie niet vreemd. Het kan echter wel het Russische deel van de bevolking meer van het land doen vervreemden. Zo kent Estland ruim 20 instellingen voor hoger onderwijs. Hiervan is geen enkel Russisch. Bij navraag naar het percentage Russen op het hoger onderwijs, moest men het antwoord schuldig blijven. Dat deze tweedeling in de bevolking gevoelig ligt, blijkt wel uit de ontwijkende antwoorden die gegeven werden op dit punt. Dit is ook niet gek in een periode waarin de Koude Oorlog met hernieuwd enthousiasme lijkt te worden hervat. De afgelopen jaren hebben zowel de NAVO als Rusland verschillende grootschalige militaire oefeningen uitgevoerd op de grens met de Baltische staten. Mocht het ooit misgaan zou hier de frontlinie van een nieuw militair conflict kunnen liggen. Dat de omgang met de Russische minderheid gevoelig ligt is dus zeker te begrijpen. Het gevaar bestaat echter dat een deel van het land zich op Rusland blijft richten en het andere deel naar het westen, waardoor deze twee bevolkingsgroepen elkaar de rug toekeren. Dit kan toch niet de bedoeling zijn van onderwijs?

Van stimulerende achterstand naar remmende voorsprong
Ten slotte een laatste uitdaging aan het adres van Estland. De afgelopen decennia heeft Estland de wereld doen verbijsteren met het doorvoeren van digitale vernieuwingen. Het land moest van ver komen en dat maakte deze sprongen voorwaarts des te opmerkelijk. Vanaf zijn onafhankelijkheid in 1991 kon het land zich opnieuw gaan vormgeven. Door goed om zich heen te kijken in andere landen en vanuit een vooruitstrevende visie heeft het land zich op de digitale snelweg begeven. Met veel succes. De wet van de stimulerende achterstand bracht vele voordelen met zich mee. De komende jaren dreigt het land in een nieuwe situatie terecht te komen. Op het gebied van digitalisering lijkt het land zijn achterstanden te hebben ingelopen en op sommige gebieden is het land zelfs voorloper geworden. Nu kan het land niet langer leren van de fouten van anderen en zal het zelf het digitale wiel moeten gaan uitvinden. Andere landen nemen nu juist Estland als voorbeeld. Het gevaar bestaat dat in deze situatie een land terecht komt in de wet van de remmende voorsprong, dat ervan uitgaat dat als een land een voorsprong heeft op een bepaald gebied de neiging ontstaat dat de stimulans om verdere verbetering of vooruitgang te zoeken daalt. Door te berusten in een voorsprong wordt een land geremd zich verder te ontwikkelen. Hopelijk weet Estland door een hoge mate van urgentie dit lot te omzeilen.

Lees ook:

Bronnen:
● Eidhof, B., Houtte, M. v. & Vermeulen, M. (2016) Sociologen over onderwijs. Antwerpen: Garant Uitgevers.
● Health behaviour in school-aged children (HBSC) study (2012): international report from the 2009/2010 survey: Social determinants of health and well-being among young people.
● PISA 2012 Results in Focus (2012): What 15-year-olds know and what they can do with what they know.
● Robinson, K. & Aronica, L. (2015) Creative schools: revolutionizing education from the ground up. UK: St. Ives plc: Allen Lane.
● Visser, J. (2015) Wat de Esten en de Finnen ons kunnen leren over leren. De Correspondent.
● Visser, J. (2013) Finland is niet het beste jongetje van de klas. De Correspondent.
● VPRO-tegenlicht (2015) E-stonia: een land als een start-up.

Estland: onderwijsland van de toekomst? – 3

Van 19 tot en met 22 september 2017 bezocht een delegatie schoolleiders uit het PO, VO en MBO met het NSO/CNA Estland. Docent Wilko Gruizinga, teamleider en docent geschiedenis aan CSG Jan Arentsz in Alkmaar, maakte een essay over zijn ervaringen. Europe Direct zal zijn verhaal in vier delen publiceren. Dit is deel 3, waarin Wilko dieper ingaat op de digitalisering van het onderwijs. 

Digitalisering aan de basis van toekomstig succes?
Digitalisering staat mogelijk wel aan de basis van komende successen in het Ests onderwijssysteem, maar is zeker niet de oorzaak van de huidige hoge scores. Op de voorbeeldschool in het VO die wij hebben bezocht heb ik geen laptops gezien en waren het de enkele mobieltjes die leerlingen mochten gebruiken in de les – in combinatie met een enkele powerpoint – die het onderwijs digitaal maakte. Wel was er een apart lokaal met vaste computers waar leerlingen werkten om vanuit een digitale instructie een lego-constructie in elkaar te zetten. Het grotendeels ontbreken van ICT in het klaslokaal was enigszins teleurstellend gezien de hooggespannen verwachtingen. Het betekent echter niet dat het onderwijs in Estland op digitaal gebied geen interessante fase doormaakt.

ICT wordt vanuit de overheid van Estland al vanaf eind vorige eeuw als een belangrijk middel gezien om het onderwijs te verbeteren. Dit is ook niet gek in een land waar digitalisering een enorme loop heeft genomen. Dat digitalisering nog niet zo sterk voorkomt als je in eerste instantie zou verwachten, wil niet zeggen dat het land niet bezig is een inhaalslag te maken. Het onderwijs van Estland moest nu ook eenmaal van ver komen. Achter de stappen die de overheid de afgelopen jaren heeft gezet zit een duidelijke visie, die naar ik vermoed zeker haar vruchten af zal gaan werpen. Ook op het gebied digitalisering geldt de wet op de stimulerende achterstand. Doordat er geen digitale voorzieningen in het onderwijs waren na de onafhankelijkheid, kreeg de overheid de ruimte eerst een goed plan te ontwikkelen alvorens de eerste heipalen de grond in gingen. Estland heeft ondertussen de nodige kennis in huis gehaald. Samen met o.a. Michael Fullan is de overheid een visie op toekomstbestendig onderwijs gaan vormgeven, waar digitalisering een grote rol in speelt.

De staat als aanjager van digitale onderwijsontwikkeling
Voorheen lag de focus van het onderwijs in Estland op een grote mate van autonomie van scholen en werden de scholen bestuurd door lokale overheden. Tegenwoordig is de staat de aanjager geworden van de ontwikkeling van het onderwijs. Het is de staat die zorgt voor een uniforme digitale onderwijsstructuur en digitale tools die scholen helpen om zichzelf te evalueren en te verbeteren. Het is de staat die scholing stimuleert en gratis aanbiedt aan schoolleiders en docenten om hen te ondersteunen in de vormgeving van digitalisering in het onderwijs. De staat stelt alles in het werk om de digitale kloof tussen de docent (digital immigrant) met de leerling (digital native) te verkleinen. In Estland is de staat de motor achter het toekomstig succes van digitalisering in het onderwijs. Het is de uniformiteit waarbij alle scholen in het land gebruik kunnen maken van dezelfde voorzieningen, tools, sites die het gebruik zullen versoepelen.

Digitalisering niet de enige focus
Hoewel digitalisering een prominente plaats inneemt in het Ests onderwijs, is dit niet de enige focus. Enige jaren geleden bleek uit een PISA-onderzoek naar het welbevinden van leerlingen op school dat Estse kinderen – net als kinderen in Finland – relatief ongelukkig waren op school. In ditzelfde onderzoek is ook gekeken naar het percentage 15-jarigen dat school erg leuk vindt (onderverdeeld in meisjes en jongens) en hierin scoort Estland nog slechter dan Finland. Slechts 10 procent van de meisjes en 4 procent van de jongens vindt onderwijs erg leuk. In Nederland vindt ter vergelijking 28 procent van de meisjes en 19 procent van de jongens van 15 jaar het onderwijs erg leuk (PISA, 2012). Ook ligt volgens een rapport van de World Health Organization de druk om te presteren een stuk hoger in Estland dan in Nederland. Zo vindt in Estland onder 15 jarige meisjes 47 procent zich onder druk staan om goed te presteren op school en 38 procent van de jongens (wat ongeveer overeenkomt met het Europese gemiddelde). In Nederland daarentegen ligt deze druk beduidend lager. 31 procent van de 15 jarige meisjes en slechts 17 procent van de jongens voelt vergelijkbare druk (HBSC, 2012).

Waar in Estse scholen voorheen de nadruk leek te liggen op kwalificatie, lijkt het eisenpakket aan scholen te groeien. Dat dit in de toekomst mogelijk ten koste zal gaan van de hoge PISA-scores betekent echter niet dat het Ests onderwijs in kwaliteit achteruit zal gaan. Integendeel. PISA heeft de afgelopen jaren veel kritiek gekregen en de tests hebben een beperkte focus (Robinson & Aronica, 2015). Net als Nederland lijkt het onderwijs in Estland zich bewust van het feit dat onderwijs meer moet bieden dan een goede voorbereiding op het examen. Een positief zelfbeeld, een gezonde levensstijl en goed burgerschap lijken ook in Estland meer ruimte te krijgen – en gelukkig maar. Hopelijk weet de Estse overheid haar vizier scherp te houden en niet over te gaan op paniekvoetbal mochten de PISA-cijfers gaan dalen.

Lees ook:

Bronnen:
● Eidhof, B., Houtte, M. v. & Vermeulen, M. (2016) Sociologen over onderwijs. Antwerpen: Garant Uitgevers.
● Health behaviour in school-aged children (HBSC) study (2012): international report from the 2009/2010 survey: Social determinants of health and well-being among young people.
● PISA 2012 Results in Focus (2012): What 15-year-olds know and what they can do with what they know.
● Robinson, K. & Aronica, L. (2015) Creative schools: revolutionizing education from the ground up. UK: St. Ives plc: Allen Lane.
● Visser, J. (2015) Wat de Esten en de Finnen ons kunnen leren over leren. De Correspondent.
● Visser, J. (2013) Finland is niet het beste jongetje van de klas. De Correspondent.
● VPRO-tegenlicht (2015) E-stonia: een land als een start-up.

Op uitwisseling in Europa: de verhalen! – deel III

In onze verhalenreeks van deze week over het Europese uitwisselingsprogramma Erasmus+ volgen we Jaden Silva en Annemarie van Saane van het Oranje Nassau College uit Zoetermeer. Zij gaan op uitwisseling naar Bulgarije en zijn bezig met de voorbereiding.

Jaden Silva

Even voorstellen:

“Mijn naam is Jaden Silva. Ik zit op het Oranje Nassau College in Zoetermeer. Ik doe mee aan een uitwisseling naar Bulgarije. Het leek me leuk om mee te doen, omdat ik erg benieuwd ben naar het (school)leven van mensen van mijn leeftijd die ook uit Europa komen. Ik ben nog nooit eerder in Bulgarije geweest en ben erg benieuwd wat me allemaal te wachten staat. Volgens mij is het er heel erg mooi. We komen na de vliegreis aan in Sofia en gaan daarna naar Vratsa. Dat is ongeveer anderhalf uur rijden vanaf Sofia.

Graag ontmoeten
Ik heb al contact met mijn Host Student (persoon waarbij ik logeer). Ze lijkt me erg aardig en ik wil haar graag ontmoeten. Ik weet dat ik mijn eigen kamer krijg en dat we mee gaan lopen bij hun op school. Ook gaan we in het weekend nog terug naar Sofia. Ik hoop dat ik meer te weten kom over Bulgarije en dat het een hele leuke beleving wordt.”

Even voorstellen:
“Ik ben Annemarie en zit in het vierde leerjaar van HAVO op het Oranje Nassau College Parkdreef. Ik doe mee aan het Erasmus + Project om mijn Engels te verbeteren en nieuwe mensen en culturen te leren kennen. Ook lijkt het me een leuke ervaring. Om me voor te bereiden heb ik de laatste tijd veel Engels gelezen om mijn woordenschat te vergroten.

Annemarie van Saane

Bulgaars opgezocht
Ik heb contact gehad met een Bulgaarse jongen, hij is alleen niet mijn uitwisseling. Ik kijk het meest uit naar de activiteiten met de groep. Het minst kijk ik uit naar het alleen in een gezin zijn. Ik heb een paar woordjes Bulgaars opgezocht op het internet. Maar omdat het Bulgaars andere letters heeft, is het moeilijk om te begrijpen.  Voor dit project moest ik een interview houden met de decaan van onze school. Ook moest ik een opstel schrijven over vervolgopleidingen en welk werk ik later wil gaan doen.“ Groeten Annemarie van Saane.

Meer info: http://www.erasmusplus.nl

Estland: onderwijsland van de toekomst? – 2

Van 19 tot en met 22 september 2017 bezocht een delegatie schoolleiders uit het PO, VO en MBO met het NSO/CNA Estland. Docent Wilko Gruizinga, teamleider en docent geschiedenis aan CSG Jan Arentsz in Alkmaar, maakte een essay over zijn ervaringen. Europe Direct zal zijn verhaal in vier delen publiceren. Dit is deel 2, waarin het onderwijs aan de orde komt.

Onderwijs als vorm van bevrijding
De kennismaking met het onderwijs in Estland heeft me doen inzien dat het onderwijs niet los kan worden gezien van zijn omgeving, het land en zijn geschiedenis. Voor aankomst in Estland was ik in de veronderstelling dat het succes van het Ests onderwijssysteem te danken zou zijn aan een vergaande digitalisering. Gesprekken op het Ministerie van Onderwijs, op scholen, universiteiten en instellingen werkzaam in dienst van het onderwijs hebben mijn beeld doen wijzigen. ICT staat niet aan de basis van het succes in de PISA-scores. Mijns inziens is het internationale succes te wijten aan een cultuur waarin onderwijs wordt gezien als een vorm van bevrijding, van vooruitgang. Onderwijs lijkt in Estland de manier om het Sovjet-systeem definitief vaarwel te kunnen zeggen en de moderniteit te omarmen.

Een breuklijn binnen het Estse onderwijs?
Estland is iets groter dan Nederland, maar kent slechts 1,3 miljoen inwoners. Ruim een kwart van de bevolking spreekt Russisch en het land kent een binair onderwijssysteem met één nationaal curriculum. Het grootste deel van de scholen is Ests. Ongeveer 20% van de scholen is echter Russisch – en hoewel het Ests hier uiteraard wel als taal wel wordt onderwezen – wordt het nationaal curriculum hier in het Russisch gegeven. Deze scheiding binnen het onderwijs legt een gevoelig punt bloot in de Estse samenleving. Elke keer als de vraag werd gesteld of het streven bestaat om uiteindelijk één Ests systeem te ontwikkelen, waar alle Esten hetzelfde onderwijs zullen volgen, kwam er een ontwijkend antwoord. Het land lijkt verdeeld te zijn tussen een Ests en een Russisch deel en deze breuklijn lijkt te worden versterkt door het onderwijs. Dit wordt nog versterkt door de grote nadruk in Estland op het Engels als eerste moderne vreemde taal in plaats van het Russisch.

Dat de omgang met haar grote Russische broer kwetsbaar is, is gezien alle recente gebeurtenissen in meerdere voormalige Sovjet-republieken niet vreemd te noemen. Dat de lange arm van Moskou nog steeds invloed heeft in Estland bleek wel toen het land een decennium geleden het standbeeld van de Russische soldaat uit het centrum van Tallinn wilde verplaatsen. In Rusland werd dit groot in het nieuws gebracht alsof Estland het standbeeld wilde vernietigen. Gewelddadige acties van de Russische minderheid in het land bleven niet uit. Estland werd tijdens dit incident door cyber-aanvallen geplaagd – naar alle waarschijnlijkheid uit Rusland afkomstig – en de kwetsbaarheid van het digitale systeem werd op dit moment pijnlijk duidelijk. Deze kwetsbaarheid heeft haar uitwerking niet gemist. Estland heeft dit nadeel slim omgezet in een voordeel en heeft zich toegelegd op cyber-defensie en is op dit punt wereldwijd koploper geworden.

Stabiliteit als succesfactor in het onderwijs?
Waar de overheid van Estland sinds de onafhankelijkheid zich vanaf de grond af aan kon opbouwen, was dit in het onderwijs niet mogelijk. De docenten, de schoolgebouwen, de wijze van lesgeven kon geen revolutionaire wending worden gegeven, zeker niet in een land waar de eerste jaren na de onafhankelijkheid de economie moest worden opgebouwd en er geen geld was voor extreme vernieuwing. Gek genoeg wordt de stabiliteit, het ontbreken van radicale wijzigingen in het onderwijs, genoemd als de basis van het succes. Door stap voor stap het onderwijs te moderniseren, zonder het kind met het badwater weg te gooien, heeft het land kunnen leren van zijn omgeving en voort kunnen borduren op zijn eigen kracht. Dit had ook niet anders gekund. In Estland is het docentenkorps gemiddeld ongeveer 50 jaar. Deze – voornamelijk vrouwelijke – docenten zijn opgegroeid in het Sovjet-tijdperk en geschoold in een ouderwets lessysteem. Er zijn in Estland geluiden dat juist dit oude systeem aan de basis staat van het succes in Estland in de PISA lijsten en niet de internationaal vermaarde digitalisering (Visser, 2015).

Autonomie van scholen aan de basis?
Dit is echter niet het beeld dat Estland verkoopt en wat gretig door buitenlandse media wordt overgenomen. De Universiteit van Tallinn geeft de volgende redenen die hebben geleid tot dit onderwijskundig succes. In de eerste plaats wordt de grote mate van autonomie onder scholen genoemd als factor van belang. Estland kent bijvoorbeeld geen schoolinspectie. Er is sprake van een grote mate van vertrouwen in docenten en scholen. Uit gesprekken blijkt dat deze autonomie steeds meer onder vuur ligt en de neiging bij de overheid bestaat meer te willen controleren. Een tweede punt dat de universiteit noemt is de grote mate van gelijkheid binnen het Ests onderwijs. Sociaal-economische status bepaalt niet het schoolsucces, daar waar dit in veel landen – waaronder Nederland – meer het geval is. Uit een gesprek bij het Ministerie van Onderwijs blijkt dat dit vooral komt omdat de Russische scholen hun kwaliteit de laatste jaren sterk hebben weten te verhogen, waardoor Estland op het gebied van gelijkheid internationaal hoog scoort (PISA, 2012). Hier wil ik de kanttekening maken dat men zich de vraag moet stellen in hoeverre een onderscheid tussen een Russisch- en een Ests onderwijssysteem bijdraagt aan gelijkheid in de brede zin des woords. Een derde voorwaarde voor succes volgens de universiteit is het feit dat docenten in Estland hoog opgeleid zijn, naar zeggen heeft 93% een masteropleiding afgerond. Ten slotte wordt de digitaal vriendelijke samenleving genoemd als ondersteunend aan het onderwijssucces. Dit laatste punt had ik verwacht terug te zien op de scholen in Estland. Het is dit punt waar ik vooral mijn vraagtekens bij plaats. In de volgende publicatie zal dit aan de orde komen.

Estland: onderwijsland van de toekomst? – 1

Bronnen:
● Eidhof, B., Houtte, M. v. & Vermeulen, M. (2016) Sociologen over onderwijs. Antwerpen: Garant Uitgevers.
● Health behaviour in school-aged children (HBSC) study (2012): international report from the 2009/2010 survey: Social determinants of health and well-being among young people.
● PISA 2012 Results in Focus (2012): What 15-year-olds know and what they can do with what they know.
● Robinson, K. & Aronica, L. (2015) Creative schools: revolutionizing education from the ground up. UK: St. Ives plc: Allen Lane.
● Visser, J. (2015) Wat de Esten en de Finnen ons kunnen leren over leren. De Correspondent.
● Visser, J. (2013) Finland is niet het beste jongetje van de klas. De Correspondent.
● VPRO-tegenlicht (2015) E-stonia: een land als een start-up.

Estland: onderwijsland van de toekomst? – 1

Van 19 tot en met 22 september 2017 bezocht een delegatie schoolleiders uit het PO, VO en MBO met het NSO/CNA Estland. Docent Wilko Gruizinga, teamleider en docent geschiedenis aan CSG Jan Arentsz in Alkmaar, maakte een essay over zijn ervaringen. Europe Direct zal zijn verhaal in vier delen publiceren. Dit is deel 1, waarin het land wordt ingeleid.

De verwachtingen waren hooggespannen voordat de reis aanving. De Tegenlicht-uitzending E-stonia: een land als start-up deed een beeld ontstaan van een land dat op het gebied van ICT zijn gelijke niet kent (Tegenlicht, 2015). Estland heeft de ambitie de ´Silicon Valley van Europa´ te worden en heeft de afgelopen jaren indrukwekkende vooruitgang geboekt. Estland is het eerste land ter wereld waar iemand zonder er woonachtig te zijn een ´e-resident´ kan worden. De overheid werkt geheel digitaal en is de grote aanjager achter het digitale succes van het land waarin internet wordt gezien als een mensenrecht. Estland heeft cyber-security al jaren hoog op de agenda staan en de NAVO heeft er niet voor niets haar Cyber Defence Centre geplaatst. Verder is Estland het land met ongekend veel start-ups en enkele baanbrekende IT-bedrijven zoals Skype kennen hier hun oorsprong. Ten slotte haalt het land de laatste jaren ongekend hoge scores in de PISA-ranking waarbij het onderwijs tussen landen met elkaar wordt vergeleken – op exact gebied weet het zelfs wonderkind Finland achter zich te laten (Visser, 2015). De keuze om het onderwijs van Estland nader te onderzoeken bleek dus niet meer dan terecht. Wat waren de geheimen achter het schijnbare succes van deze kleine Baltische staat?

Een land met een bewogen geschiedenis
Estland is een van de drie Baltische staten en kent een bewogen geschiedenis. Na eeuwenlange overheersing door eerst de Denen, later de Duitsers en meer recent de Russen, heeft het land sinds 1991 zijn onafhankelijkheid definitief weten te verkrijgen. Vooral de lange bezetting onder het Sovjet-systeem heeft een grote invloed op het land gehad. Vanaf de onafhankelijkheid lijkt het land uit te stralen zoveel mogelijk het communisme achter zich te willen laten. Het land lijkt zijn rug te keren naar Rusland en zich te richten op Europa en het westen. Estland werd in 2004 lid van de NAVO, in 2007 van de EU en heeft sinds 2011 de euro. Het belang van de EU is in het straatbeeld onmiskenbaar. Overal waar je komt is de Europese vlag aanwezig. Dit beeld wordt nog opgeluisterd doordat Estland momenteel het Europees voorzitterschap bekleedt.

De wet van de stimulerende achterstand

De late onafhankelijkheid en de lange bezetting blijken vreemd genoeg een succesfactor te zijn die het land heeft geholpen. Na zijn onafhankelijkheid in 1991 had het land na jaren van onderdrukking de mogelijkheid een nieuwe start te maken. De wet van de stimulerende achterstand heeft het land de mogelijkheid gegeven zichzelf opnieuw vorm te geven, zonder de last van ouderwetse systemen. Net als Duitsland en Japan, die na de Tweede Wereldoorlog zichzelf opnieuw konden opbouwen,
ongeremd door een verouderde industrie, kreeg Estland de mogelijkheid voor zichzelf een nieuwe visie te ontwikkelen. Direct na de onafhankelijkheid werd het land geleid door een groep jonge regeringsleiders die zich duidelijk wilden afzetten tegen hun oosterbuur en voormalig bezetter. De keuze voor ICT en ondernemerschap werd hierbij als leidraad genomen. Opgegroeid met het internet wilden deze pioniers de wegbereiders worden van een Ests Wirtschafswunder.

Van geleide economie naar marktwerking
Het is knap dat het land in een relatief korte tijd de omslag heeft gemaakt van een centraal geleide Sovjet-economie naar een land waarin marktwerking de boventoon voert. Estland leek voor zwaar weer te staan bij zijn onafhankelijkheid. De economie was vooral gericht op landbouw, het had een verouderde industrie, het land was sterk vervuild door het dumpen van honderdduizenden ton olie door het Sovjet-leger, het land ontbrak het aan voldoende brandstof en de economie was voornamelijk gericht op de Sovjet-Unie (70% van de handel ging naar Rusland). Estland heeft zijn economie een draai gegeven en weet de laatste jaren een van de hoogste groeicijfers van de Europese Unie te halen. Doordat Estland hoogopgeleide technische arbeiders heeft die relatief laag worden betaald, heeft het land veel investeringen van westerse bedrijven mogen ontvangen. Ook het toetreden tot de EU heeft het land geen windeieren gelegd.

Bronnen:
● Eidhof, B., Houtte, M. v. & Vermeulen, M. (2016) Sociologen over onderwijs. Antwerpen: Garant Uitgevers.
● Health behaviour in school-aged children (HBSC) study (2012): international report from the 2009/2010 survey: Social determinants of health and well-being among young people.
● PISA 2012 Results in Focus (2012): What 15-year-olds know and what they can do with what they know.
● Robinson, K. & Aronica, L. (2015) Creative schools: revolutionizing education from the ground up. UK: St. Ives plc: Allen Lane.
● Visser, J. (2015) Wat de Esten en de Finnen ons kunnen leren over leren. De Correspondent.
● Visser, J. (2013) Finland is niet het beste jongetje van de klas. De Correspondent.
● VPRO-tegenlicht (2015) E-stonia: een land als een start-up.

Op uitwisseling in Europa: de verhalen! – deel II

Hoe is het om met jouw school op uitwisseling naar Portugal te gaan? In onze verhalenreeks van deze week vertellen de leerlingen Annabel Melese & Frederique Bakker, V4 van het Oranje Nassau College, Zoetermeer erover.

Porto en Braga
“Wij zijn afgelopen mei met het project ‘We are our future’ (het Europese uitwisselingsprogramma Erasmus+) naar Portugal geweest. Een week vol nieuwe ervaringen en nieuwe contacten leggen. We verbleven in het dorpje Barcelos, maar hebben ook vele andere beroemde plaatsen bezocht. Onder anderen Porto en Braga.

‘kort maar krachtig’
Tijdens deze week was het de bedoeling dat alle landen die meededen in de uitwisseling een presentatie zouden voorbereiden over ieders ICT-gebruik. Wij hebben deze presentatie ook gegeven en het viel ons op dat onze presentatie kort maar krachtig in elkaar zat vergeleken met de andere landen, waarbij het allemaal erg lang duurde. Ons groepje was dan ook klaar in minder dan 5 minuten, terwijl in totaal alle presentaties bij elkaar meer dan 3 uur duurde. Achteraf konden we hier wel om lachen.

‘Regenachtig in het zonnige Portugal’
We hebben heel erg genoten van deze week in het normaal gesproken zonnige Portugal, ook al was het die betreffende week erg regenachtig. Al met al een uiterst leuke week waarvoor wij erg dankbaar zijn dat we mochten meedoen. We zouden het uiteraard zo weer doen!

We hopen je zo een kleine kijk te hebben gegeven op onze week in Portugal.”

Volgende week maandag vertelt een andere leerling over zijn/haar ervaringen tijdens het Europese uitwisselingsprogramma Erasmus+.

Meer info: http://www.erasmusplus.nl

Insta-take-over door jonge studenten

Vanaf vandaag wordt het instagram account van onze collega’s van EDIC in Nijmegen voor een week overgenomen door twee Junior European Parliament Ambassadors van de​ Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen (SSgN). Leerlingen Eeke Janssen en Ilse Bakker (16 jaar) zullen tijdens hun stage periode bij een Europarlementariër in Brussel hun ervaringen delen op instagram.

Eeke en Ilse zitten in 5 VWO van De Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen (SSgN). Deze school kan, mede gezien het internationaliseringbeleid van de school, met recht beschouwd worden als een zeer ervaren Europagezinde school. Het kernpunt van internationalisering is om leerlingen vertrouwd te maken met Europa, hen voor te bereiden op hun Europese burgerschap en hun blik te verruimen door de samenwerking met hun Europese partners. Leerlingen kunnen zich verdiepen in andere talen, culturen en gewoonten. Internationalisering draagt in hoge mate bij aan de persoonlijke ontwikkeling.

De avonturen van Eeke en Ilse volgen? Dat doe je hier!

Alkmaarse scholieren in pilot Europaquiz

Hoeveel landen grenzen er aan Duitsland? Welk land in Europa heeft het grootste oppervlak? En welke het kleinste? Allemaal vragen die de 75 VWO5-leerlingen van csg Jan Arentsz woensdagmiddag 1 november moesten beantwoorden tijden de eerste Europa-Quiz voor scholieren. Ze namen in Alkmaar deel aan een succesvolle pilot van de quiz die normaliter in pubs en café’s wordt georganiseerd. Komend jaar zal blijken of de speciale scholierenversie door de vertegenwoordiging van de Europese Commissie verder zal worden ontwikkeld. In ieder geval hebben wij er veel plezier aan gehad!

Op uitwisseling in Europa: de verhalen! – deel I

Het Europese uitwisselingsprogramma Erasmus is een van de meest succesvolle programma’s van de EU. Al dertig jaar lang biedt dit programma vooral jongeren de kans om nieuwe ervaringen op te doen en hun horizon te verbreden door een verblijf in het buitenland. Ter ere van 30 jaar Erasmus+ presenteren we op deze site een wekelijkse serie over de belevenissen van het Oranje Nassau College uit Zoetermeer.

Henry van der Vegt, coördinator internationalisering trapt af:
“Het Oranje Nassau College heeft als slagzin ”grensverleggend / ondernemend”. Binnen dit kader werk ik als coördinator internationalisering. Al vele jaren doen wij mee met eerst Comenius projecten en nu met Erasmus+ projecten.

Leren kennen en meemaken
Als school vinden wij het belangrijk dat leerlingen over hun grenzen heen kijken en ook fysiek grenzen overgaan en in het buitenland, in Europa, in gastgezinnen gewoontes en gebruiken van andere landen en gezinnen leren kennen en meemaken.

Spanje, Frankrijk en Portugal
Binnen de twee Erasmus+ projecten die we dit jaar en afgelopen jaar uitvoeren zijn al een groot aantal leerlingen in Spanje, Frankrijk en Portugal geweest. Volgende week gaan 4 leerlingen voor het project “We are our future” naar de stad Vratsa in Bulgarije. Belangrijk onderdeel van het programma daar zal zijn om te vergelijken met de scholen ter plekke. Hoe worden ze voorbereid op het vervolgonderwijs en hun studiekeuze?

“Thuis voelen in een vreemde omgeving”
Als coördinator is het zeer interessant om te zien en horen met wat voor verwachtingen leerlingen op stap gaan. Ook hoe zenuwachtig ze soms zijn als het gaat om: – in wat voor gastgezin zal ik terecht komen -. Dat zijn allemaal spannende gebeurtenissen. Nog mooier is het om te zien hoe snel leerlingen zich meestal  ‘thuis’ voelen in een voor hun toch vreemd gastgezin en omgeving.Veel leerlingen hebben op deze manier al vrienden gemaakt en hebben ook na jaren nog contact en bezoeken elkaar zelfs nog steeds. Zo was heel goed om te zien hoe een aantal Spaanse leerlingen uit Malaga deze zomer op uitnodiging van onze leerlingen bij ons privé op bezoek was. (zij kenden elkaar van een Erasmus+ project).

‘Waardevol voor hun toekomst’
Ook de komende jaren hopen wij als Oranje Nassau College weer mee te doen aan een aantal Erasmus+ projecten. De voorbereidingen hiervoor heb ik als coördinator al weer in gang gezet.
Zo hoopt het ONC ook in de periode 2018-2020 weer leerlingen naar diverse Europese bestemmingen te kunnen sturen om daar samen met hun leeftijdgenoten die dingen te onderzoeken, te bediscussiëren, te zien die voor hun toekomst van waarde zijn!”

De volgende keer vertelt een leerling over haar ervaring in deze serie.

Meer info: http://www.erasmusplus.nl

Onderwijsvernieuwing onder de loep

Vanaf 17 september organiseert Bibliotheek Kennemerwaard in samenwerking met Europe Direct en NEIOS een viertal zondagmiddagen rondom Europese onderwerpen. Een van de mede-organisatoren is schrijver en onderwijsman Henk Oonk. Oonk werkte zijn hele werkzame leven in en voor het onderwijs. Aanvankelijk als leraar op de basisschool en het middelbaar beroepsonderwijs en vanaf 1975 als directeur van het Centrum voor de Europese Vorming in het Nederlandse onderwijs, later omgevormd tot Europees Platform. In december 2016 bracht Oonk een boek uit, waarin hij de onderwijsvernieuwing onder de loep neemt. Dit boek is vanaf heden bij Bibliotheek Kennemerwaard te leen, maar ook bij diverse andere bibliotheken in het land.

Onderwijzen en leren in de 21e eeuw

De klassiek-moderne school – Onderwijzen en leren in de 21e eeuw is geschreven voor leraren en schoolleiders van alle typen onderwijs, onderwijsbestuurders en experts, maar ook voor ouders van schoolgaande kinderen die inzicht kunnen krijgen in onderwijsproblemen waar zij mee worstelen. De kritische opmerkingen over de onderwijsvernieuwing in het algemeen en over het competentiegerichte onderwijs en het nieuwe leren in het bijzonder, concentreren zich volgens Oonk op drie aspecten.Ten eerste de overdreven aandacht voor de zelfontplooiing van de leerlingen, ten tweede de rol van begeleider en coach die de leraar in deze opvatting moet spelen en ten derde het negeren van het belang van de leerstof.
Deze en andere kritische opmerkingen worden gevoed door resultaten van wetenschappelijk onderzoek en via verschillende invalshoeken en commentaren vanuit kranten en tijdschriften toegelicht.

Goed onderwijsdient twee belangen

In het boek wordt een heel andere onderwijsopvatting naar voren gebracht. Goed onderwijs dient twee belangen: het belang van de nieuwe generatie van opgroeiende jongeren aan de ene kant en aan de andere kant dat van de cultuur van de samenleving, die via onderwijs wordt gecontinueerd en waar nodig vernieuwd. Een goede leraar inspireert de leerlingen, brengt ze verder en stimuleert de zelfwerkzaamheid en geeft ook goede instructies. De betekenis van interessante leerstof wordt via allerlei aansprekende voorbeelden toegelicht.

Verder kan de lezer genieten van bijdragen van leraren en schoolleiders. Daaronder ook Paul Scheffer, die spreekt over het vitale Europa dat we opnieuw onder woorden moeten brengen, ook in het onderwijs. Voorbeelden worden uitgewerkt bij moderne inhouden aan de hand van Europese en internationale oriëntatie (EIO). Wolter Blankert sluit het geheel af met een prikkelende beschouwing onder de titel: ‘Onbegrensd maakt onbemind’.